Inspraakmogelijkheden raad voor maatschappelijk welzijn

Verzoekschriften

 

Ieder heeft het recht, in toepassing van artikelen 210 tot 213 van het decreet OCMW, een verzoekschrift, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de raad voor maatschappelijk welzijn in te dienen. Het verzoekschrift wordt aan de raad voor maatschappelijk welzijn gericht. Verzoekschriften zijn enkel ontvankelijk als ze worden ingediend via het formulier dat je hier kan downloaden en voor zover ze een onderwerp betreffen dat tot de bevoegdheid van het OCMW behoort.

Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:
1° de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;
2° het loutere mening is en geen concreet verzoek;
3° als de vraag anoniem, zonder vermelding van naam en voornaam en adres, werd ingediend;
4° het taalgebruik beledigend is.
De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn maakt deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen zodat het wel geagendeerd kan worden op de raad voor maatschappelijk welzijn.

De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn plaatst het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn indien het verzoekschrift minstens veertien dagen voor de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend dan komt het op de agenda van de vergadering die volgt na de eerste vergadering.

De raad voor maatschappelijk welzijn kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst of de voorzitter verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.

De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door de raad voor maatschappelijk welzijn of door het orgaan waarnaar het verzoekschrift door de raad werd verwezen. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

Het OCMW verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.


Voorstellen

 

De inwoners hebben, in toepassing van artikelen 206 tot 209 van het decreet OCMW, het recht te verzoeken om de door hen in een gemotiveerde nota nader omschreven voorstellen en vragen over belangrijke aangelegenheden van de beleidsvoering en dienstverlening van het OCMW op de agenda van de raad voor maatschappelijk welzijn in te schrijven en om die agendapunten te komen toelichten in de raad voor maatschappelijk welzijn.

Onder belangrijke aangelegenheden van de beleidsvoering en dienstverlening van het OCMW, worden verstaan:

  • de indienstneming van extra personeel, behalve in gevallen van hoogdringendheid;
  • het oprichten van nieuwe diensten of instellingen en het uitbreiden of het in belangrijke mate inkrimpen of stopzetten van de bestaande diensten of instellingen;
  • het oprichten van, het toetreden tot, het uittreden uit of het ontbinden van de verenigingen of vennootschappen overeenkomstig titel VIII Externe verzelfstandiging en samenwerking van het Decreet OCMW.

Het verzoek tot voorstellen of vragen moet worden gesteund door 300 inwoners ouder dan 16 jaar.

De indiener moet het verzoek tot voorstel motiveren in een nota en indienen via het formulier dat je hier kan downloaden. Dit formulier dient aangetekend verstuurd te worden naar het OCMW en moet de naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats vermelden van iedereen die het verzoek tot voorstel ondertekend heeft.

De indiener moet alle nuttige stukken die de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen voorlichten bij de nota voegen.

Verzoeken tot voorstellen die niet voldoen aan de gestelde voorwaarden, zijn onontvankelijk. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of aan die voorwaarden voldaan is.

De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn plaatst het verzoek tot voorstel op de agenda van de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn indien het verzoek tot voorstel minstens twintig dagen voor de dag van de vergadering werd ingediend. Wordt het verzoek tot voorstel later ingediend dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.

De raad voor maatschappelijk welzijn doet vooraf uitspraak over zijn bevoegdheid ten aanzien van de in het verzoekschrift opgenomen voorstellen en vragen en bepaalt binnen zijn bevoegdheid welk gevolg daaraan wordt gegeven en hoe dat wordt bekendgemaakt.