Signalisatie type 5

Wanneer moet ik signalisatie van het type 5 aanbrengen?

Dit type signalisatie wordt verwacht wanneer:

  • de hinder enkel impact heeft op voet- en/of fietspad;
  • de gebruikers van het voet- en/of fietspad moeten het voet- of fietspad verlaten zonder op de rijweg te komen.

Moet ik een signalisatieplan maken?

Ja, dat is verplicht bij dit soort werken. Een signalisatieplan geeft een bovenaanzicht van de locatie van de werken. Alle voorziene verkeersborden, hekken, bakens, verlichting, veiligheidsnetten, doorgangen, etc... worden visueel aangeduid op het plan. Je voegt je signalisatieplan toe als bijlage aan je aanvraag. Het is verplicht om de afstanden tussen de verschillende elementen toe te voegen zodat de politie kan inschatten of deze correct geplaatst zullen worden.

Waar moet ik specifiek aan denken bij een signalisatieplan type 5?

Hoewel we bij elke aanwijziging een visueel voorbeeld van een mogelijk verkeerselement geven, is het wel noodzakelijk dat je vertrouwt bent met alle verkeersborden en hun verwijscode. Deze werden wettelijk vastgelegd in Titel III van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Aankondiging van de werkzaamheden

 

start werken

  • Werken (bord A31)
    • Wordt geplaatst op 50 meter van het begin van het werk, aangevuld met een onderbord “50m”.

 

Begin van de werken

 

hek

  • Hek
    • Uitgerust met minstens één oranjegeel knipperlicht.
   
   

 

Zijdelingse signalisatie

 

zijdelingse geleiding

  • Gang creëren
    • Wanneer de voetgangers-fietsers-bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het voetpad of fietspad te verlaten en de rijbaan te gebruiken, wordt langs de werken een gang aangebracht van:
      • ten minste 1,5 meter wanneer slechts één van deze categorie van weggebruikers de gang moet gebruiken;
      • ten minste 2 meter wanneer meerdere categorieën van deze weggebruikers deze gang moeten gebruiken. In dat geval moeten twee afscheidingen voorzien worden: één tussen de voetgangers-fietsers-bromfietsen en de andere weggebruikers, en een andere tussen de voetgangers-fietsers-bromfietsen en de werken. De eerste afscheiding gebeurt door bakens, de tweede door een vaste structuur of een veiligheidsnet.
    • Wanneer deze afmetingen praktisch niet mogelijk zijn, mag de breedte van de gang tot 1 meter beperkt worden.
    • De afbakening met verkeerskegels gebeurt met kegels van minstens 40 centimeter hoog.
    • De scheiding tussen de gang en de werken gebeurt door:
      • een veiligheidsnet of een vaste inrichting indien het niveauverschil tussen beide gedeelten groter is dan 20 centimeter;
      • verkeerskegels van minstens 40 centimeter hoog en opgesteld op een onderlinge afstand van maximum 5 meter indien het niveauverschil kleiner is dan 20 centimeter.
   
Einde van de werken

 

voorwegwijzer

  • Bord F47 + borden die een opgelegd verbod opheffen
    • De borden worden geplaatst op ongeveer 25 meter voorbij de werken of voorbij het laatste afbakeningselement.

zijdelingse geleiding

  • Bord “verantwoordelijke signalisatie”
    • Dit bord wordt geplaatst op 30 meter voorbij het einde van de werken.
    • De hoogte van de letters en cijfers bedraagt minimaal 6 centimeter.
   

 

Uitgelicht